Noties van fysiologie van de inspanning

ENERGETICA VAN KRACHTINSPANNINGEN

We weten allemaal dat de spieren energie verbruiken bij het samentrekken. Voor de samentrekking van de spieren is hydrolyse van trifosfaatadenosinemoleculen (TPA) noodzakelijk, daar deze de enige onmiddellijke omzetbare energiebron is. In de spieren is de concentratie van TPA heel gering. Ze zou slechts volstaan voor de energie van een intense oefening van enkele seconden. Nochtans daalt de concentratie aan TPA maar voor 50 %, zelfs tijdens een uitputtende inspanning. Dat wijst op mechanismen die het TPA opnieuw synthetiseren ten einde het voortzetten van de inspanning toe te laten. Tijdens de spierwerking ontstaat er dus een evenwicht tussen het afbreken van TPA en de wederopbouw ervan.

Momenteel zijn drie complementaire verbindingsmechanismen gekend

het alactaat anaërobe systeem

Voor de eerste seconden van een oefening beschikken de spieren over een reserve aan TPA en een eenvoudig systeem van verbinding ervan op basis van  keratine fosfaat. Deze productie gebeurt zonder zuurstof maar raakt snel uitgeput en al snel moet het organisme een beroep doen op andere mechanismen om TPA te synthetiseren.

het anarëobe melkzuur systeem

Dit tweede metabolisch systeem bestaat uit afbraak van gluciden in afwezigheid van zuurstof. Ook dit proces wordt min of meer onmiddellijk in werking gesteld, maar de efficiënt bruikbare energie wordt pas na een twintigtal seconden vrijgegeven.

TERMINOLOGIE EN BASIS VAN DE TRAINING

Drempelniveau van de anaërobe, drempel van de aërobe, maximale aërobe snelheid (MAS), Max. O2S, uithoudingsvermogen intensieve training; uithoudingsvermogen extensieve training; het lactaatpeil: allemaal uitdrukkingen waarmee de hardloper vertrouwd moet zijn ten einde te kunnen trainen zonder fouten te maken. In dit deel trachten wij een zo duidelijk mogelijke definitie te geven van de onmisbare parameters voor het welslagen en de efficiëntie van uw training.

Hoe kan men zijn maximale O2S bepalen? Zijn MAS? Zijn drempels? Zijn hartslag tijdens de training.

Bij voorkeur laat men een onderzoek op het uithoudingsvermogen uitvoeren bij een deskundige arts met dito materiaal. De test op het uithoudingsvermogen laat toe het eigen vermogen goed te kennen, evenals de geboekte vooruitgang en te weten waar men aan toe is. De test laat onder meer toe de maximale hartslag bij inspanning en rust te kennen; eveneens komt men aldus zijn maximale zuurstofverbruik bij inspanning te weten (Max. O2S), de hartslagen en de aërobe en anaërobe grenzen van de loopsnelheden.

Deze parameters helpen de hardloper zijn niveau juist te bepalen en bijgevolg een trainingsprogramma uit te werken waarbij fouten vermeden worden.

Max O2 S of maximale kracht aërobe

Dit is het maximum verbruik aan zuurstof dat bereikt wordt bij geleidelijke inspanning. Het wordt uitgedrukt in milliliter zuurstof verbruikt per minuut en per kilo persoonlijk gewicht (dit is de cilinderinhoud van de hardloper). Inderdaad, bij een matige inspanning is het zuurstofverbruik evenredig aan de kracht van de inspanning.

De tussenkomst van dit proces is bepalend bij intense en explosieve sporten (100m; hoogspringen;...) want het is onmiddellijk beschikbaar hoewel van korte duur en de maximale ontwikkelde kracht ervan ligt zeer hoog.

Bij hevige inspanningen echter, bestaat er geen evenredigheid meer tussen het zuurstofverbruik en de kracht van de inspanning. Het zuurstofverbruik bereikt dan een beperkte constante waarde: dit is de max.O2S. De max.O2S van de beste hardlopers schommelt tussen 65 en 85 ml O2/min/kg, terwijl de waarde voor een gemiddelde hardloper ongeveer 45 bedraagt.

MAS

De Mas of maximale aërobe snelheid is de maximale snelheid bij aërobe inspanningen waarbij het beste rendement bereikt wordt voor een max.O2S

De vorming van melkzuur aan het einde van de metabolisch keten beperkt dit proces; een verschijnsel dat alle hardlopers kennen.

Dit proces treedt in werking bij oefeningen van grote intensiteit en van redelijk korte duur (400m, 800m, .)

het aërobe proces

Als de inspanning van langere duur is, gaat het lichaam haar energie vinden in 2 reacties waarbij zuurstof noodzakelijk is :
De aërobe glycolyse met afbraak van suikers.
De betaoxydatie van de vetzuren.

Om het schematisch uit te drukken: Glucose wordt gebruikt in tamelijk intensieve oefeningen gedurende de eerste tien minuten van de inspanning, vervolgens (na +/- 40 minuten) krijgen de vetstoffen de voorrang.

AËROBE EN ANAËROBE DREMPEL

Deze twee drempels worden bepaald tijdens een test met geleidelijk oplopende inspanning in een laboratorium of op het terrein.

TEST LACTATEN :

Deze test van geleidelijk oplopende inspanningen laat toe het uithoudingsvermogen van een individu bepalen op grond van het drempelniveau van aërobe en anaërobe waarden die gemeten wordt aan de hand van het peil van lactaat. Deze meting wordt uitgevoerd bij elk stadium van vordering van de inspanning door een afname van een druppeltje bloed (meestal aan het oor). De aërobe drempel wordt bereikt bij 2mMol/l lactaat in het bloed, wat overeenstemt met het fundamenteel of extensief uithoudingsvermogen (loopritme zonder ademhalingsmoeilijkheden).

Wat de anaerobiedrempel betreft, deze ligt op 4 mMol/l lactaat in het bloed, wat overeenkomt met het actieve of intensieve uithoudingsvermogen (moeilijker aan te houden loopritme, min of meer de snelheid van een halve marathon bij een getrainde atleet). De waarde van deze twee drempelniveaus laat de hardlopers ook beter toe hun ritme te bepalen voor de training.

 (Meer informatie clik here)